zondag 1 februari 2009

Ons klasgedicht


Anders zijn

Een land dat is iets heel speciaal,
Ver weg of heel dichtbij
Soms spreekt men er een andere taal,
’t zijn mensen zoals ik en jij.

De een is wit, de andere zwart.
De ene groot, de ander klein
Je bent uniek en heel apart.
Want ‘t zal altijd wel iets zijn.

Joden hebben een mutsje op.
De hoofddoek bij een Moslimvrouw,
Sikhs dragen netjes op hun kop.
’t Is de diversiteit waar ik van hou.

Sprinkhanen, kip of liever groen?
Zout, gepeperd, zoet of zuur?
Spaghetti, rijst of friet bij doen
’t hangt allemaal af van de cultuur.

Geloof, gelijkheid en verschil,
Wees lief, je geraakt het wel gewend.
Iedereen is wat hij wil!
Blijf jezelf, blijf wie je bent!

De derde graad